Jan Fabre
vrijdag, september 28, 2012
Op 27 september kan u in Late Night terecht voor een duik in het muzikale universum van Jan Fabre. De man die zijn publiek ook heel wat nieuwe muziek leerde kennen in voorstellingen als “De macht der theaterlijke dwaasheden” en “Das Glas im Kopf wird vom Glas”. Fabre geeft zelf tekst en uitleg bij zijn keuze voor componisten als Henryk Gorecki, Eugeniusz Knapik, Wim Mertens en Bernd Aloïs Zimmermann. Op 28 september is er dan deel  twee van Late Night’s tocht door het muzikale universum van Jan Fabre.  Fabre over de muziek in o.a. “Je suis sang”, “Angel of death”  en “Another sleepy dusty delta day” en componisten als Eric Sleichim,  Dag Taeldeman , Bernard Foccroulle en Tom Tiest. Herbeluister hier deel 1 & deel 2.
Kind of blue
woensdag, september 26, 2012
Van The Doors tot Donald Fagen, van Quincy Jones tot Brad Meldhau: allemaal raakten ze in de ban van Miles Davis' ,,Kind of blue''. Die opname heeft vandaag de status van bestseller. En dat voor een werk dat in een sessie van nauwelijks negen uren, werd opgenomen en dat maar enkele duizenden dollars heeft gekost. Toen Miles Davis in 1959 aan Kind of blue begon, was hij geen groentje meer. Midden de jaren veertig speelde hij aan de zijde van Charlie Parker en Dizzy Gillespie. Met Birth of the cool dreef hij in 1949 de muziek een eerste keer radicaal een andere richting uit. Maar zijn heroïneverslaving deed zijn loopbaan begin van de jaren vijftig in het slop belanden. ,,A four year horror show'', zei hij erover. Pas nadat hij was afgekickt, kreeg hij weer greep op zijn carrière. Miles Davis smeekte in die jaren producer George Avakian -- ,,Hey, George, sign me up!'' -- om hem in de Columbia-stal op te nemen. De gehaaide zakenman Miles Davis besefte dat Columbia -- toen de grote speler in de platenbusiness -- hem een breder publiek kon bezorgen. Davis zocht heel nauwgezet naar de juiste musici voor zijn beroemde eerste klassieke kwintet en later sextet. Op tenorsaxofonist John Coltrane had hij al lang zijn zinnen gezet, en hij vond de jonge bassist Paul Chambers. Met pijn in het hart moest hij soms vrienden zoals drummer Philly Joe Jones wandelen sturen, omdat ze niet van de heroïne geraakten. In die jaren ontdekte hij ook Bill Evans. ,,Ik hield van dat kalme vuur en zijn sound'', zei hij. Evans zou slechts zeven maanden bij de groep blijven, maar dat was voldoende om mee Kind of blue te maken. Net als Evans was Davis volop bezig met een nieuwe stijl: modale jazz waarin over toonladders werd geïmproviseerd en niet langer over strakke akkoordenschema's. Davis wist al lang dat hij geen trompetvirtuoos was als Dizzy Gillespie en zocht een andere aanpak. Kleur, timbre en sfeer begonnen een prominentere rol in zijn muzikaal palet te spelen. Ook vond hij dat mysterieuze, gedempte trompetspel. Van een hard en hoog spelende trompettist evolueerde hij naar die intense, lyrische stem. Zijn samenwerking met arrangeur Gil Evans zette hem voorgoed op de kaart. Eerst kwam er Miles ahead, een concerto met groot orkest. Wat later volgde Porgy and Bess. Miles Davis was toen al uitgegroeid tot een spraakmakend figuur, niet alleen door zijn muziek, maar ook door zijn flashy levensstijl met Italiaanse pakken en sportwagens. ,,Miles Davis is mijn definitie van cool'', zei Bob Dylan ooit. Met zijn sextet (Davis, Coltrane, Chambers, Evans, drummer Jimmy Cobb en altsaxofonist Cannonball Adderley, plus voor één track pianist Wynton Kelly) trok hij de studio in. In zijn boek reconstrueert Ashley Kahn nauwgezet de twee opnamesessies. Hij mocht de originele banden beluisteren in de Sony Music Studio's, waar de archieven van Columbia worden bewaard. Op die banden staan ook de stemmen van Miles Davis, van de andere musici en van producer Irving Townsend. Op 2 maart 1959 om 14.30 uur werden in een eerste sessie van zes uur -- met pauze -- drie stukken opgenomen. De musici kregen elk 64,67 dollar betaald. Als leider ging Miles Davis met een cheque van 129,36 dollar naar huis. Maar hij mocht zich verheugen in een stroom aan royalty's. Want Kind of blue was van in het begin een van de best verkopende Miles Davis-platen. Later deed Bill Evans altijd wat zuur over die opnamen. Want hij had als componist en arrangeur een cruciale bijdrage geleverd. Eén van de zeven musici die aan Kind of blue hebben meegewerkt is vandaag nog in leven. Drummer Jimmy Cobb getuigt dat Evans een enorme rol vervulde bij de totstandkoming van het album. De ideeën van de muziek kwamen merendeels van Bill Evans. Zowel voor het nummer ,,Blue in green'' als voor ,,Flamenco sketches'' had Bill Evans de fundamenten op papier gezet. Evans had na wat aandringen nog een extra cheque van 25 (!) dollar gekregen, maar niet de erkenning. Miles Davis wou aanvankelijk niet toegeven dat Evans medecomponist was. Pas later, veel later wel. De twee andere stukken werden op 22 april 1959 opgenomen. Het meeste materiaal dat de musici tijdens die sessies opnamen, was nieuw. Alleen ,,So what'' hadden ze al enkele keren op het podium uitgevoerd. De musici zelf beseften niet echt dat ze een van de grote successen van de jazz hadden gemaakt. Voor hen was het gewoon een sessie. De opname gebeurde in de beroemde Columbia-studio's in de 30ste straat. Dat was ooit een Grieks-orthodoxe kerk, die werd omgebouwd tot een studio met een wonderlijke akoestiek. Tijdens de opnamen liepen twee banden tegelijkertijd mee, een voor de master en een als reserve. Achteraf, vele jaren later, werd ontdekt dat het master-apparaat een tikje te snel liep, waardoor de muziek een kwarttoon te hoog was opgenomen. Dat is allemaal pas gerestaureerd in 1997. Gelukkig had Columbia voor de opnames een nieuw soort tape gebruikt, dat tot vandaag goed bewaard is gebleven. Het succes van Kind of blue heeft veel te maken met de donkere stemming van de plaat. Het gaat om een melancholieke sfeer, met veel bluesy tinten en trage, hypnotiserende tempo's. Maar een echt revolutionaire plaat was ze niet. Improviseren op toonladders in plaats van op akkoordenschema's was al eerder gebeurd. Maar alles zat goed. Je had dat imago van Miles Davis, alle musici speelden uitstekend, de sound en de composities vielen mooi samen. Miles Davis was al een grote naam voor Columbia en de firma zette dan ook een fikse campagne op waarmee ze het jazzcircuit oversteeg. En Davis keek nauwlettend toe en drong zelf aan dat er epeetjes werden uitgebracht voor op de jukeboxen. Plus daarnaast in Late Night: nieuw werk van Patti Smith, heel oud werk van Van Dyke Parks en een klassieker van A Silver Mt. Zion. Ga daar maar aan staan!
Things fall apart
dinsdag, september 25, 2012
Vandaag in Late Night de Ierse dichter W.B. Yeats als inspiratiebron voor o.m. Christy Moore, Michael Tippett, Joni Mitchell, Jonathan Harvey, George Benjamin en John Tavener. Yeats was ook een mysticus en een politicus, maar geen muzikant. En toch inspireerde hij een indrukwekkende verzameling muzikanten om zijn teksten op muziek te zetten. Helemaal vreemd is dat niet, want Yeats had het niet zo voor opzettelijk obscure poëzie en wilde graag een breed publiek bereiken. Enter bv. Joni Mitchell en haar "Slouching Towards Bethlehem (Based on a Poem by W.B. Yeats)". Met trage, donderende drumslagen verklankt Vinnie Colaiuta daarin het naderende gevaar: het monster nadert, het weet zijn uur gekomen. Joni Mitchell staat aan de grond genageld: het beest heeft het lichaam van een leeuw en het hoofd van een man. Zijn blik, zingt ze, is even genadeloos als de zon. Het beest is uit een diepte gekomen, waar het twintig eeuwen lang verdoken zat, gevangen in een schrikwekkende nachtmerrie. Maar nu neemt zijn woede eindelijk vorm aan. 'Surely some revelation is at hand': er moét wel een openbaring ophanden zijn, denkt Mitchell. Maar in het lied klinkt geen paniek. Joni Mitchell was 47 toen ze het in 1991 opnam, als een van de songs op haar intimistische album Night ride home. Waren het donkere tijden? Nu ja... de Eerste Golfoorlog was bezig, waarin de VS uiteindelijk Irak terug zouden drijven ten koste van tienduizenden mensenlevens. Maar 9/11 was nog tien jaar weg. Als Mitchell in operatie Desert Storm al het einde van een tijdperk zag, was ze behoorlijk pessimistisch. Of anders erg visionair. Misschien speelde iets anders mee. 'Slouching towards Bethlehem' is niet zomaar een tekst. Het is een persoonlijke bewerking door Mitchell van 'The second coming' van William Butler Yeats. Hij publiceerde het gedicht in 1920. Hij was diep onder de indruk van het einde van de Eerste Wereldoorlog, een gebeurtenis die hem - getuige daarvan de verschillende bewaarde versies van het gedicht - in gedachten terugvoerde naar de revoluties in Frankrijk, Ierland, Rusland en Duitsland. Zoveel veranderingen zetten de dichter ertoe aan na te denken over de vraag of de wereld niet onderhevig was aan dé grote verandering. Welke verandering dan? De antidemocratische Yeats vreesde dat Europa's leidende klasse teloorging, en dat de westerse beschaving in 2000 een cyclus rond zou maken. De geboorte van Christus, meende Yeats, had voordien al een tweeduizendjarige cyclus beëindigd. Veel tekenen wezen erop dat er een nieuwe omschakeling aankwam. Yeats-exegeten hebben erop gewezen dat de dichter zich in dit gedicht sterk liet inspireren door collega's als Percy Bysshe Shelley (Prometheus unbound) en William Blake (The book of Urizen). En natuurlijk is die hele 'second coming' een bekend gegeven in het christelijke geloof, waar het staat voor de terugkeer van Christus en het Laatste Oordeel. Yeats had geen christelijke bedoelingen, zijn visie was veeleer politiek gekleurd. Enkele regels verwijzen naar de door hem verfoeide Russische revolutie (1917): 'The best lack all conviction, while the worst are full of passionate intensity'. Wat als het irrationele terugkomt, vroeg de dichter zich af. Hij gaf zijn angst vorm: een ruw beest werd het, een soort sfinx. In 1904 had hij het al eens beschreven: toen associeerde hij het met 'extatische vernietiging', wat in zijn conservatieve visie geen louter negatieve gedachte was. Yeats gaf later toe dat zijn gedicht evengoed als een profetie over het naderende fascisme beschouwd kon worden. De woorden gingen een eigen leven leiden. Enkele regels, 'Things fall apart; the centre cannot hold', werden vaak geciteerd in de teleurstelling van de late jaren zestig. Maar in hun bondigheid geven de woorden perfect uitdrukking aan eender welke situatie waarin verlies zwaarder weegt dan vooruitgang. Zowel de auteur Chinua Achebe als de hiphopband The Roots heeft Things fall apart gebruikt als titels voor een boek en een album. De jaren verstreken. In 2002 nam Joni Mitchell haar lied op in een compilatie, Travelogue. De uitgave bevat ook een boekje waarin de songschrijfster verschillende regels songtekst illustreert met een aantal van haar symbolistische schilderijen. De vier doeken die ze bij 'Slouching towards Bethlehem' insluit, zijn veelbetekenend. We zien de Twin Towers branden. We zien George W. Bush de ogen sluiten wanneer een oude vrouw hem langs achteren benadert. Een ander beeld toont een jonge vrouw, borsten bloot, die zich met haar benen rond de nek van Osama Bin Laden schroeft. Wil ze hem opvrijen, of wurgen? Toeval is het niet. In het begin van de 21ste eeuw is 'The second coming' vaak gebruikt in politieke commentaren, als een metafoor voor de oorlog in Irak. Het blijft tot vandaag een van de meest universele gedichten van Yeats.
Requiem voor goden
maandag, september 24, 2012
Vandaag in Late Night de radio-première van Requiem voor goden van Joachim Brackx en Frank Adam. Een mysterieus muziekritueel voor vandaag. Voorts nieuwe opnames van Giulia Monducci en Nico Couck, en requiems van Gorecki en de wonderlijke Antonio Lotti.
'Requiem voor goden' van Nabla / Joachim Brackx op tekst van Frank Adam
maandag, september 24, 2012


maandag, september 24, 2012
De Brugse Auteur en theatermaker Frank Adam viert dit jaar zijn 20-jarige carrière. Dit doet hij op gepaste wijze met twee nieuwe voorstellingen. Samen met componist Joachim Brackx maakte hij het muziektheater ‘Requiem voor goden’.
Sfeerbeelden "Requiem voor goden"
maandag, september 24, 2012
























Foto's: Philip Van Ootegem

Yes We Can: Soon over Babaluma
vrijdag, september 21, 2012
Vandaag in Late Night: 'Soon over Babaluma'; een avant-rock meesterwerk van de Duitse band Can uit 1974. Nieuw werk van Micachu & The Shapes, Ben Caplan & The Casual Smokers en Adrian Sherwood. Plus de grillige exprimenten van Annette Peacock. En ‘Cut The World’ van Antony & The Johnsons, hun liveplaat met het Deens Nationaal Kamerorkest o.l.v. Robert Moose. Een selectie van nummers uit zijn vorige platen, aangevuld met een speech over het gebrek aan vrouwelijkheid in de wereld en ook één nieuwe song,‘Cut The World’, geplukt uit ‘The Life And Death of Marina Abramovic’, de hedendaagse opera van Robert Wilson waarvoor Antony de muziek schreef.
Typo van de dag: op http://deredactie.be
vrijdag, september 21, 2012
Old and New Dreams
donderdag, september 20, 2012
Vandaag in Late Night: een familiereünie met Don Cherry, Neneh Cherry & The Thing, Lou Reed, Rip, Rig & Panic, Ornette Coleman én integraal 'Old and New Dreams'. Don Cherry, samen met Ed Blackwell, Dewey Redman en Charlie Haden. Ze speelden in augustus van 1979 twee stukken van Ornette Coleman; “Lonely woman” en “Open or close”, "Togo", een bewerking van een Ghanese traditional. Don Cherry’s eigen “Guinea”. “Orbit of la-ba” van Dewey Redman. En dan ook een “Song for the whales” van Charlie Haden, een warm pleidooi om die zeereuzen beter te beschermen. Met een rechtstreekse communicatielijn tussen de bas van Charlie Haden en de walvissen. Janken!
Do Remove The Cork
woensdag, september 19, 2012
In het vrolijke niemandsland tussen het Penguin Cafe Orchestra en Pierre Bastien in, woont de Amerikaanse muzikant Frank Pahl. Hij is voornamelijk bezig met muziek die het midden houden tussen kamermuziek, speelgoedpop, experimentele muziek, filmsoundtracks en folk. En runt zijn eigen one man band met o.m. muziekautomaten, ukeleles en tuba’s. Wij focussen vandaag in Late Night op zijn in 1998 verschenen plaat 'Remove The Cork'.
An Eagle in Your Mind
dinsdag, september 18, 2012
Wij trekken op gezette tijden klassieke platen uit onze kast en die laten we dan nog eens van voor naar achter op u los. Een antidotum voor de korte quotes en de flitsende montages waar we door de band mee om de oren worden geslagen. En zo zijn we vandaag aanbeland bij “Music Has The Right To Children” van Boards Of Canada. De plaat waarmee het invloedrijke Britse Warplabel in 1998 ineens een warme kant kreeg. Aangeleverd door de Schotten Mike Sandison en Marcus Eoin. Een emotionele splinterbom die we moeten koesteren.
(48 Responses To) Polymorphia
maandag, september 17, 2012
Radiohead-gitarist Jonny Greenwood is een grote fan van de Poolse componist Krzysztof Penderecki. En toen ze na een concert kennismaakten voelden ze al snel dat ze konden samenwerken, voor een cd-opname en voor een reeks concerten. Voor ons ook reden genoeg voor een dubbelportet in Late Night. Klein Duimpje en De Reus: Jonny Greenwood versus zijn idool Krzysztof Penderecki.
It's gettin' dark, too dark to see
vrijdag, september 14, 2012
Vandaag draait Late Night rond Nana Kawamura, Tony Nys, Sébastien Walnier en Carlos Bruneel. Live op het laatste middagconcert van het Klarafestival. Op hun programma muziek van Wolfgang Amadeus Mozart. Twee van de zes deeltjes uit zijn KV 404a, afgewisseld met hedendaags muziek. Vertical Song I van Toshio Hosokawa, een van de belangrijkste hedendaagse Japanse componisten. Een afwisseling van geritsel en geruis met schrille klanken en explosies van geluid. Echt een kolfje naar de hand van fluitist Carlos Bruneel. En dan ook Lotusses, van Jonathan Harvey. Een werk voor fluit en Strijktrio uit 1992, waarin de fluitist niet alleen tot de uiterste grenzen van zijn klankenspectrum gedreven wordt via een waaier aan speciale effecten, maar ook tijdens het werk van instrument moet switchen, van fluit, naar basfluit en piccolo. Lotusses besluit dan met een tot muziek gestold spiritueel statement waarin Harvey tegelijkertijd een oosters ritueel en de westerse beleving daarvan lijkt te willen verklanken. Knock, knock, knockin' on heaven's door...
Vrijkaarten voor...
donderdag, september 13, 2012
Vandaag gaven wij 2 Jazz-abonnementen voor een reeks concerten in Flagey weg. Dat abonnement omvat duo-tickets voor al deze concerten: 14/9/2012 : Wolfert Brederode Quartet (morgenavond dus) 23/11/2012 : Fred Hersch Trio 7/12/2012 : Tomasz Stanko Litania Music 26/01/2013 : Matthew Herbert Big Band 21/3/2013 : Brussels Jazz Orch. Twenty 26/4/2013 : Mâäk's Spirit. (Meer info over al deze concerten via www.flagey.be). De winnaars zijn Rik Lemaitre en Petra De Coene. Proficiat!
BWV 1007, BWV 1009 & BWV 1011
woensdag, september 12, 2012
Straks in Late Night: Christian Poltéra. Live op het middagconcert van het Klarafestival in de bakstenen Fiocco-zaal van de Muntschouwburg, met de cellosuites 1, 3 en 5 van Johann Sebastian Bach. Naar alle waarschijnlijkheid geschreven in de periode 1717-1723. En toen uitgevoerd door Christian Ferdinand Abel. Voor wie dat zou smaken naar meer; er morgenmiddag nog een herkansing op het Klarafestival. Dan speelt Christian Poltéra de cellosuites 2, 4 en zes.
Mephisto
dinsdag, september 11, 2012
Vandaag waren John Gevaert en Katrijn Simoens te gast op het middagconcert van het Klarafestival, samen het Pianoduo Mephisto. Voor dit concert kozen ze drie stukken. Eerst “La Mer” van Claude Debussy. Een groot bewonderaar van Stravinsky en een goede vriend. En ook hij werd wel eens neergesabeld door de critici - onder meer bij de première van La Mer. Dan volgde vanmiddag “Le Sacre du Printemps” van Igor Stravinsky, in de versie voor piano-duo. De bewerking was van de componist zelf en werd al uitgegeven in 1913. Van Petroesjka had Stravinsky daarvoor ook al een paar scènes bewerkt voor piano-solo, maar voor de furieuze ritmiek en de orkestrale grandeur van Le Sacre waren er echt wel vier handen nodig. En John Gevaert en Katrijn Simoens besloten hun concert in de Fiocco-zaal van de Muntschouwburg dan met “La Valse” van Maurice Ravel. Kim, de zus van John, zat er bij en zag dat het goed was.
Eight Whiskus & One Guinness
maandag, september 10, 2012
Voor een superieure techniek en een een onweerstaanbare expressiviteit op de viool, moeten we in ons land o.m. bij Guido de Neve zijn, één van de beste violisten van zijn generatie. Voor zijn middagconcert op het Klarafestival koos hij vanmiddag in de Muntschouwburg voor een handvol meesterwerken uit het solo-vioolrepertoire, van Bach tot Cage. Straks in Late Night! Met daarnaast o.m. ook de fiddle van Martin Hayes, een Ier uit Chicago, die al al twintig jaar samen speelt met de Amerikaanse gitarist Dennis Cahill.
Arne Deforce op het Klarafestival
donderdag, september 06, 2012
Arne Deforce
donderdag, september 06, 2012
Vandaag in Late Night o.m. het middagconcert van het Klarafestival, in de opulente Grote Foyer van de Muntschouwburg. Eén en al bladgoud en spiegels, maar met in het midden een sober zwart minipodium voor cellist Arne Deforce. Hij stelde een zeer doordacht programma samen, met als beginpunt James Dillon en als eindpunt Jonathan Harvey, en dan daartussen afwisselend John Cage en Giacinto Scelsi.
Ode aan Jos Steen (1955 - 2012)
donderdag, september 06, 2012
Uit een handboek esthetica uit het jaar 2055: ’De Cobrabeweging gaf de kunst in het interbellum tussen de tweede en derde wereldoorlog een energieke injectie van enthousiasme, kinderlijk non-academisme en warm geweld. De naam Cobra was ontleend aan de plaatsen waar de grootste Cobrakunstenaars werkten: Copenhagen, Brussel en Attenrode-Wever. De honderd jaar geleden geboren graaf van Attenrode-Wever heette oorspronkelijk Jos Steen”. Jos Steen gaf tijdens het Klarafestival 2006 een opmerkelijk duo-concert met mondharmonicatovenaar Steven Debruyn. Blues was hun vertrekpunt en zal altijd hun uitvalsbasis blijven, maar Steen en Debruyn gaan met een zelden gehoorde vrijheid met de blues om. Ze verliezen nooit de rauwheid en essentie van de blues uit het oog, maar bouwen daarop hun expressionistische freeblues. Dat betekent niet dat ze kommer en kwel uitschreeuwen, maar wel dat ze het Leven en de Liefde in bonte kleuren schilderen. En met veel gevoel voor humor constant de luisteraar op het verkeerde been zetten. Muziek op maat geknipt voor Mixtuur. Hoed af voor Steven Debruyn (in het handboek muziekgeschiedenis van 2055 zal die in één adem met Toots Thielemans genoemd worden…). Op het duo-concert wist hij de onnavolgbare zijsprongen van Jos Steen naadloos mee in te slaan, al vertikte die het soms om op zijn beurt Debruyns wegen mee te volgen. De luisteraars kregen naast bluesklassiekers veel eigen werk van Steen en Debruyn, o.a. een hilarisch duet voor stofzuiger en harmonica. En zelden gehoord op het Klarafestival: een publiek dat met plezier ‘Why Don’t We Do It In The Road’ van The Beatles meezong. De Amerikaanse musicoloog Pat A. Physick beschrijft in zijn doctoraat ‘(De)tunings and hidden agendas in postfree modernism’ (Berkeley, 2031) hoe Jos Steen het mijeurmaneurakkoord introduceerde. Uit het radiografisch onderzoek van Jos Steens gitaar concludeerde deze wetenschapper bovendien dat deze onbespeelbaar was. Het blijft hem een raadsel hoe Steen uit zijn instrumenten zoveel verrassende gitaartechnieken bleef halen, van onbestemd geratel tot delicate harmoniekjes.... Pat A. Physick merkt ook op dat Steen in zijn gitaarsolo’s vreemde tekstinterventies als ‘awel?’ en ‘helaba!’ inlast, waardoor Steens relatie met de gitaar geduid kan worden als ‘transitional identification strategy’. Ach, de gitaar van B.B. King heet Lucille, die van Derek Bailey was zijn George; de gitaar van Jos Steen heeft vele namen... Pat A. Physick plaatst Steen als gitarist naast tijdgenoten als John Fahey, Jim O’Rourke, Eugene Chadbourne en Derek Bailey. Hij ontkracht ook de thesis dat Steen als zanger de Europese Captain Beefheart was door erop te wijzen dat ze - zoals mens en aap - gemeenschappelijke voorouders hebben, zoals Howlin’ Wolf. Maar Steen put niet alleen uit de Mississippi Delta blues. John Cage en Morton Feldman en alle bad boys uit de hedendaagse muziek zijn even wezenlijk voor hem als Son House of John Estes. En de Beatles. En Steen is niet alleen zanger en gitarist, one man band, maar bespeelt ook virtuoos stofzuiger, garagepoort, regenton en Nicht Ganses Wohltemperierter Klavier. Geef hem gelijk welk instrument en hij zal er iets boeiends mee doen, bijvoorbeeld het verbranden. Zijn muziek is freefolkblues, psychedadadelica, nohipbophop. Wie had gedacht dat surrealisme en blues zo konden samenleven. En hij is ook schilder, en schrijver en uitgever. Zijn huis op de heuvel is een museum. Hij schilderde een stripverhaal zo dik als een bijbel. Hij maakt schitterende, absurde collages. Geeft titels als ‘Toen de haan kraaide hij niet meer’, ‘Muziek in mijn vergeetput’, ‘Object of destruction #95’ en ‘Scottish War Song with a Teaspoon’. Satie en Cage zijn inderdaad nooit ver weg. De oplage van zijn uitgaven is een groot geheim, maar boekhoudkundig speurwerk leerde ons dat de zelf uitgegeven cassettes en boeken van Steen gemiddeld tussen de 6 en de 12 keer verkocht werden. De vrees voor het cijfer 13 belette uitgever Steen de oplage te verhogen. Zijn carrière als wiskundige moest hij om dezelfde reden vroegtijdig opgeven. Ooit zal iemand heel rijk worden met zijn oeuvre. Hopelijk Jos Steen zelf. In 2041 schonk Jos Steen zijn lichaam aan de wetenschap. Hij bleek in blakende gezondheid maar vertoonde enkele zeer merkwaardige littekens. Een van zijn tanden bleek door zijn hersens gegroeid. Zijn linkeroog bleek uitneembaar. Zijn rechteroor toonde vergroeiingen die alleen maar door lange nachtelijke telefoongesprekken te verklaren waren. Gangreen en allerhande kankers had hij door een bijzonder dieet overwonnen, met een indrukwekkende lever als gevolg. In Loch Ness had Steen, van Schotse afkomst, een nooit opgehelderde infectie opgelopen bij het opduiken van zijn bril uit een meertje. Hij had onverklaarbaar veel zelfmoordaanslagen overleefd, waaronder een Kollektieve Zelfmoord. Dat zijn stembanden gescheurd waren verbaasde niemand. En er is zoveel meer: Steen was de informele leider van de Belgische Bader-Meinhof-divisie, dineerde met Ringo Starr, gijzelde een ufonaut toen die probeerde in te breken in Steens paarse wagenpark op zijn landgoed in Attenrode-Wever, net toen de graaf daar zijn middagdutje deed. Hij zong duetten met koeien, coverde met zijn groep De Kollektieve Zelfmoord ‘Jesus Blood’ van Gavin Bryars toen nog haast niemand dat werk kende, maakte collagecomposities uit de Köchelverzeichnis… Jos Steen staat steeds voor passie en inhoud, is wars van alle trends en grillen, gruwt van vrijblijvendheid. Toen de cd de lp kwam verdringen ging Steen op zijn eigenste manier mee met zijn tijd: hij kocht een 78toeren platenspeler. Je moet hem niet vragen wat er op zijn iPod staat, wel welke singles er in zijn jukebox zitten. De muziek die hij haat is ‘teljazz’ - jazz van intellectuelen die tot 5 kunnen tellen (of tot 13), maar daarom niets te zeggen hebben. Of ‘niets aan de hand’ -muziek: kabbelende ambient, muziek als klanktapijtje op de achtergrond. Steen is duidelijk een meerwaardezoeker. Komt ervan als je onder een zendmast woont. Na het oor van Van Gogh en de snor van Dali is er het ronde brilletje en de dikke snor van Steen… Het best bewaarde geheim uit de Belgische muziek. Hou van hem. Dat is de ultieme boodschap van zijn muziek. How to vac guitars.What’s that supposed to be blues. One dream you can buy. Zwei orgels in snot. C’est la faute du piano #3. Four dreams you cannot buy. Definite refusal to demand a kiss. Plant een dier in de bergen. How to play a painting. De ultieme droefheid van herinneringen. Het sprookje bijna uit. Kropje in de keel. Kaarsen trachten uit te blazen. Kluiten aarde smijten bij gebrek aan stenen. In de gele poraa. Ode aan het ademen. (Songtitels van Jos Steen). Gerrit Valckenaers
HAPPY BIRTHDAY MR CAGE
woensdag, september 05, 2012
John Cage is jarig vandaag. En dus laten wij straks tussen 22u en 24u o.m. zijn 4’33” horen op Klara: een statement van een werk voor een willekeurig uitvoerderscollectief, opgebouwd uit drie bewegingen die elk uit complete stilte bestaan. De première van 4’33” (29 augustus 1952) werd verzorgd door pianist David Tudor; het sluiten en openen van het klavierdeksel markeerden begin en einde van de drie delen – meteen de enige actie die het verblufte publiek op het podium te zien kreeg. Nodeloos te zeggen dat het werk een enorme controverse veroorzaakte: toehoorders en critici voelden zich bedrogen door het ontbreken van enig ’gecomponeerd’ klankmateriaal en waren gechoqueerd door het schijnbare nihilisme van Cage’s oorverdovende stilte. De componist pareerde de kritiek. Wij laten de oorverdovende uitvoering horen van de blazers van de Munt tijdens het middagconcert op het Klarafestival. Daarnaast op het programma: Cage’s 'Five', één van zijn ‘number pieces’, het seriële 'Music for Wind Instruments', maar ook Samuel Barbers 'Summer Music' op.31 en Elliot Carters 'A Fantasy about Purcell's 'Fantasia Upon One Note''. Nu alleen nog de VRT-stiltedetector uitschakelen en Norkring verwittigen, anders is er straks paniek in de ether.
Klarafestival eert John Cage met stilte
woensdag, september 05, 2012
BL!NDMAN [drums]
dinsdag, september 04, 2012
Knockin’ on Heaven’s Door! Onder die noemer presenteert het KlaraFestival dit jaar een programma tussen spiritualiteit en natuur, tussen Hemel en Aarde. Maar vanmiddag mochten we dat geklop iets meer letterlijk nemen. Het middagconcert in de Fioccozaal van de Munt kwam van Het Blindman percussiekwartet. Zij brachten ons hun versie van de Imaginary Landscape nr. 2 van John Cage, maar de focus lag toch vooral op 5 nieuw gecomponeerde MUSMA composities, in het kader van een samenwerking tussen Europese festivals.
Ainsi la nuit
maandag, september 03, 2012
50 jaar geleden stierf E.E. Cummings... en 25 jaar geleden Morton Feldman. Daarnaast in de eerste Late Night van het najaar ook het middagconcert van het Malibran Strijkkwartet op het Klarafestival. Zij kiezen voor twee Franse composities - beide stammend uit de vorige eeuw en de enige kwartetten in het oeuvre van hun scheppers. Maurice Ravel komt in zijn strijkkwartet tot een volmaakte symbiose van klassieke vorm en moderne kleurenpracht. Terwijl hij een priemende zomerzon evoceert, wijst Dutilleux de weg naar een koel nachtlandschap waarin het veel minder argeloos toeven lijkt. Beiden spelen met de kracht van de muzikale herinnering: Ravel laat ideeën terugkeren via de cyclische opzet van zijn kwartet, terwijl Dutilleux werkt met muzikale echo’s en afspiegelingen. Het basismateriaal daartoe verzamelt hij in vier secties ‘tussen haakjes’, die het zevendelige vormplan van binnenuit opentrekken. Met de precisie van een pointillist, de trefzekerheid van een atoomgeleerde en de compromisloze vrijheid van een rasverteller, neemt Dutilleux de toehoorder mee tot waar het voorstellingsvermogen eindigt en het mysterie begint.

Klara © 2015